A
Aanhechtingsepitheel
Een dun laagje cellen dat het tandoppervlak bedekt onder in het subgingivale gebied.

Abces
Een gelokaliseerde ontsteking die wordt veroorzaakt door een opeenhoping van pus in het bot of het zachte weefsel, gewoonlijk ten gevolge van een infectie.

Abutment
Een tand of implantaat waarop een prothese wordt geplaatst. Een kroon die wordt gebruikt als onderdeel van een vaste brug.

Alveolair bot
Het compacte bot dat de tandkas vormt. Chronische parodontale aandoeningen zijn de belangrijkste oorzaak van alveolair botverlies.

Amalgaam
Een legering van kwik en een ander metaal, meestal zilver, waarmee tandartsen gaatjes in tanden vullen. Vaak aangeduid als kwikvullingen of zilveren vullingen.
B
Beugel
Vaste apparatuur die wordt gebruikt om tanden/kiezen en kaak in de juiste stand te zetten.

Bitewing-röntgenopnamen
Radiogrammen waarop de tandkronen van één zijde van de boven- of onderkaak zichtbaar zijn. Worden meestal gebruikt om de proximale vlakken op tandbederf te controleren.

Bonding
Een proces waarbij het tandglazuur chemisch wordt geëtst om ervoor te zorgen dat het composiet-vulmateriaal, de veneer of de kunststof/acryl goed hecht.

Brug
Een vaste restauratie die wordt gebruikt ter vervanging van een of meer ontbrekende tanden/kiezen.

Bruxisme
Het met kracht op elkaar klemmen, schuiven of knarsen van de tanden/kiezen. De krachten die hierbij optreden, kunnen de tanden/kiezen beschadigen.
C
Calculus
Calculus, gewoonlijk tandsteen genoemd, is een hard en moeilijk te verwijderen materiaal dat ontstaat door de mineralisatie van plaque.

Cariës
De wetenschappelijke term voor tandbederf, een verschijnsel dat wordt gekenmerkt door de gelokaliseerde, voortschrijdende aantasting van een tand. Cariës begint gewoonlijk met de nauwelijks zichtbare ontkalking van het tandglazuur onder het tandvlak (‘kalkvlekken’, ‘laesies’ of ‘witte vlekken’ genoemd), die wordt gevolgd door cavitatie en het binnendringen van bacteriën in het dentine.

Cement
De beenachtige structuur die de tandwortel bedekt. In het cement zijn collageenvezels ingebed die de tand of kies aan het alveolair bot bevestigen.

Composiet
Een tandkleurig vulmateriaal dat is gemaakt van kunsthars met glas- of porseleindeeltjes.

Curettage
Het verwijderen van dood weefsel uit een tandvleespocket.

D
Dentine
Het gedeelte van de tand dat zich bevindt onder het glazuur, dat de kroon bedekt, en het cement, dat de wortel bedekt. Ook tandbeen genoemd.

Derde kiezen
De verstandskiezen, ook wel wijsheidstanden of -kiezen genoemd, die gewoonlijk doorbreken tussen het 15e en 25e levensjaar.

Diabetes
Een aandoening waarbij het lichaam geen insuline produceert of dit niet op de juiste manier kan verwerken. Insuline is een hormoon dat noodzakelijk is om suikers, zetmeel en andere voedingsstoffen om te zetten in energie. Tandproblemen komen veel voor bij mensen die aan diabetes lijden.

Droge mond
Droge mond, ook wel xerostomie geheten, wordt gekenmerkt door een abnormale droogheid van de mond die het gevolg is van een verminderde afscheiding van speeksel. Mogelijke oorzaken zijn onder meer arthritis rheumatoidea, diabetes, nierfalen, kankerbehandeling of medicijngebruik.

Dual Speed Control
Hiermee kunt u omschakelen tussen twee borstelsnelheden: de hoge voor een optimale verwijdering van plaque en de lage voor gevoelig tandvlees.
E
Easy-Start®-functie
Alle Sonicare-tandenborstels zijn voorzien van Easy-Start, een voorziening die u helpt wennen aan elektrisch tandenpoetsen door geleidelijk de poetskracht op te voeren, op voorwaarde dat uw Sonicare-tandenborstel minimaal 1 minuut per poetsbeurt is ingeschakeld. Na de twaalfde poetsbeurt (of de veertiende bij sommige modellen) bereikt de Sonicare-tandenborstel zijn optimale poetskracht.

F
Fluoride
Een chemische verbinding die tandbederf tegengaat.
G
Gaatje
Een ander woord voor cariës.

Gehemelte
Het harde en zachte weefsel dat het dak van de mondholte vormt.

Gingiva
Het weefsel dat de tanden/kiezen omgeeft en aansluit op het parodontaal ligament en het mondslijmvlies. Wordt gewoonlijk tandvlees genoemd.

Gingivarand
De meest coronale afbakening van de gingiva (tandvlees). Wordt gewoonlijk tandvleesrand genoemd.

Gingivarecessie
Een aandoening waarbij de gingivarand zich van zijn oorspronkelijke positie bij de tandhals in de richting van de wortel heeft teruggetrokken.

Gingivitis
Tandvleesontsteking, een veel voorkomende tandvleesaandoening (zie aldaar). De ontsteking, die wordt veroorzaakt door plaque, blijft beperkt tot het tandvleesweefsel en tast het onderliggende bot of parodontaal ligament niet aan. Gangbare tekenen van gingivitis zijn onder meer roodheid, zwelling, bloeden en gevoeligheid van de gingiva.

Glazuur
De harde, kalkhoudende (gemineraliseerde) laag die de tandkroon bedekt. Tandglazuur is het hardste weefsel van het menselijk lichaam.
H
Halitosis
De term halitose, ook wel slechte adem genaamd, heeft betrekking op merkbaar onaangename geuren in de uitgeademde lucht. Deze aandoening kan worden veroorzaakt door aandoeningen van het tandvlees, achtergebleven voedselresten, diabetes, allergieën, problemen met de bijholten, een droge mond of zelfs stress.

Hartaandoening
Een stoornis van het hart die de hartfunctie of de bijbehorende bloedvaten aantast. Studies tonen aan dat een slechte gebitsverzorging het risico op hartaandoeningen kan verhogen. Mensen met hart- en vaatziekten moeten extra aandacht besteden aan de juiste verzorging van hun gebit.
I
Implantaat
Een hulpmiddel waarmee een of meer ontbrekende tanden/kiezen kunnen worden vervangen. Een implantaat bestaat uit een metalen kunstwortel die via chirurgische weg in het kaakbeen wordt bevestigd en een uitstekend gedeelte, de zogenaamde abutment, waarmee op het implantaat een kunstmatige kroon of een andere prothese wordt bevestigd.

Incisieven
De vier voortanden in boven- en onderkaak die centrale en laterale snijtanden worden genoemd en dienen om het voedsel tijdens het kauwen te snijden.

Ingesloten tand
Een tand of kies die aanleunt tegen een andere tand/kies, bot of zacht weefsel en daardoor waarschijnlijk niet of niet volledig kan doorbreken.

Inlay
Een vulling die wordt aangebracht door middel van lijm of cement. Wordt ook wel inlegvulling genoemd.

Interdentale ruimte
Een dalachtige ondiepte van de interdentale gingiva. Deze verbindt de faciale en linguale gingiva-papillen en is gevormd naar het interdentale contactvlak.

Interproximaal
Zich bevindend tussen de proximale vlakken van aangrenzende tanden/kiezen in dezelfde tandboog. Wordt ook wel interdentaal genoemd.

Interproximale ruimte
De ruimte tussen aangrenzende tanden/kiezen in dezelfde tandboog.
K
Knobbel(s)
Het uitstekende gedeelte van het kauwvlak van een tand.

Kroon
Het gedeelte van de tand dat met glazuur is bedekt. Ook: een tandrestauratie die de hele tand bedekt en daarmee de oorspronkelijke vorm van de tand herstelt (‘tandkapje’).

Kunstgebit
Een uitneembare gebitsprothese. Een volledig kunstgebit vervangt alle tanden en kiezen in het boven- en/of ondergebit.

Kwadrant
De tandheelkundige term voor de denkbeeldige onderverdeling van de kaken in vier gelijke delen, vanaf de middellijn van de gebitsboog in de richting van de laatste tanden achter in de mond.
L
Luxe oplaadmeter
Geeft de batterijstatus aan en maakt het mogelijk het batterijniveau te controleren.
M
Malocclusie
Hierbij raken de tanden of kiezen in de boven- en de onderkaak elkaar niet geheel bij het sluiten van de mond.

Mandibula
Het bot dat de onderkaak vormt.

Maxilla
Het bot dat de bovenkaak vormt.

Molaren
De kiezen met een vierknobbelige kroon die achteraan in de mond staan en worden gebruikt om het voedsel te vermalen. Ze vormen de grootste tanden in de mond. Er zijn drie molaren (echte of ware kiezen) per kwadrant.
N
Novocaïne
Een synthetisch verdovend middel dat wordt gebruikt bij kleine chirurgische en tandheelkundige ingrepen. Wordt nu nauwelijks meer toegepast omdat er krachtiger middelen beschikbaar zijn.
O
Occlusie
Elk contact tussen een of meer tanden of kiezen in de bovenkaak met een of meer tanden of kiezen in de onderkaak.

Onlay
Een vulling die is gemaakt van gegoten goud of porselein en die een of meer van de knobbels van de tanden of kiezen bedekt.

Oplaadindicator
Deze functie geeft door middel van pieptonen en knipperende LED's aan wanneer u de batterij van de Sonicare moet opladen.

Overbeet
Een aandoening waarbij de onderste snijtanden worden bedekt door de bovenste snijtanden wanneer de mond wordt gesloten. Een te grote overbeet kan via tandregulatie of langs operatieve weg worden verholpen.
P
Parodontale aandoeningen
De ziekteprocessen die het parodontium aantasten. De meest voorkomende parodontale aandoeningen zijn gingivitis en parodontitis.

Parodontitis
Een door plaque veroorzaakte ontsteking van het tandvlees die het aangrenzende bot en het parodontaal ligament aantast en gewoonlijk leidt tot blijvend verlies van het aangetaste weefsel. Gangbare tekenen van parodontitis zijn onder meer: het ontstaan van ruimte tussen aangrenzende tanden, loszittende tanden, terugtrekkend tandvlees, pijnlijk tandvlees, roodheid, zwelling en bloedingen in de aangetaste weefsels.

Parodontium
Het weefsel dat de tanden en kiezen draagt en ondersteunt, waaronder de gingiva (het tandvlees), het tandcement, het parodontaal ligament en het alveolair bot.

Plaatselijke verdoving
Een medicijn dat op de huid of via een injectie wordt toegediend om ervoor te zorgen dat op een bepaalde plaats van het lichaam geen pijn wordt gevoeld.

Plaque (tandplak)
Een kleverige, complexe biofilm die zich vormt op tanden en kiezen, en in de parodontale gleuven. Deze laag bestaat overwegend uit micro-organismen die zich in een organische matrix bevinden. Bij aanwezigheid van grote aantallen micro-organismen voelen de tanden ruw en vies aan. Plaque is de voornaamste oorzaak van tandbederf, gingivitis en parodontitis.

Premolaren
De tweeknobbelige kiezen die zich bevinden tussen de molaren (echte kiezen) en de cuspidaat ( hoektand).

Profylaxe
Een preventieve tandheelkundige procedure waarbij harde en zachte afzettingen worden verwijderd van de blootliggende tandvlakken.

Programmeerbare Quadpacer®
Net als de Quadpacer fungeert deze functie als intervaltimer om grondig poetsen aan te moedigen. De programmeerbare Quadpacer biedt tevens de mogelijkheid 30 seconden extra poetstijd in te stellen om probleemgebieden aan te pakken.

Pulpa
De pulpa (ook tandmerg genaamd) bestaat onder meer uit bindweefsel en wordt bijna geheel omgeven door dentine. Daarnaast bevat het pulpaweefsel zenuwen en bloedvaten, en maakt het reacties op stimuli mogelijk. De pulpa is verantwoordelijk voor de vitaliteit van het dentine en de tand als geheel.
Q
Quadpacer®
Sommige Sonicare-tandenborstels beschikken over een functie waarmee u niet meer hoeft te gissen wanneer u de borstel naar de verschillende kwadranten van de mond moet verplaatsen (van het bovengebit naar het ondergebit en van de binnenkant naar de buitenkant van het gebit). Tijdens de 2 minuten durende poetsbeurt klinkt om de 30 seconden een pieptoon om aan te geven dat u de borstel naar het volgende gedeelte van de mond moet verplaatsen.
R
Recessie
De tandheelkundige benaming voor de terugwijking van het tandvlees. Hierbij trekt het tandvleesweefsel zich terug van zijn normale positie tegen de tand, waardoor de wortel bloot komt te liggen.

Restauratie
Het herstellen van ontbrekende tandstructuur of tanden. Bijvoorbeeld door middel van bruggen, vullingen, kronen en implantaten.

Retrograde vulling
Een manier om het wortelkanaal te verzegelen door dit vanaf de wortelpunt te prepareren en te vullen, gewoonlijk aan het eind van een apicoectomie.
S
Scaling
Een behandeling waarbij plaque, calculus en vlekken van de tanden worden verwijderd.

Sealant
Een deklaagje van composietmateriaal dat op de tanden en kiezen van kinderen wordt aangebracht om cariësgevoelige putjes, spleetjes en groefjes te beschermen tegen tandbederf.

Slechte adem
De term halitose (slechte adem) heeft betrekking op merkbaar onaangename geuren in de uitgeademde lucht. Deze klacht kan worden veroorzaakt door zwaar gekruid eten, aandoeningen van het tandvlees, achtergebleven voedselresten tussen de tanden, diabetes, allergieën, problemen met de bijholten, een droge mond of zelfs stress.

Smartimer®
Deze functie zorgt ervoor dat uw Sonicare-tandenborstel automatisch stopt met poetsen wanneer de door tandartsen aanbevolen poetstijd van 2 minuten is verstreken.

Space maintainer (plaatshouder)
Een tandheelkundig hulpmiddel waarmee de ruimte van een of meer verloren gegane tanden of kiezen kan worden opgevuld, zodat de buurtanden op hun plaats blijven. Wordt vaak toegepast bij orthodontische of pediatrische behandelingen.

Stikstofoxide
Een chemische verbinding van stikstof en zuurstof die wordt ingeademd door de patiënt, waardoor deze minder stress en pijn ervaart. Ook wel lachgas genoemd.

Subgingivale scaling
Het verwijderen van calculus en plaque van tanden en kiezen onder de tandvleesgrens.

Sulcus
Een smalle groef tussen de gingivarand en het tandvlak. Deze loopt langs de marginale gingiva op de faciale en orale vlakken tussen de opeenvolgende interdentale ruimten. Bij gezond tandvlees is de sulcus erg ondiep.

Superieure poetstechnologie
De combinatie van ultrasnelle borstelbewegingen, een slanke gebogen hals en een geavanceerd ontwerp van de opzetborstel maakt het mogelijk ook lastig bereikbare plaatsen grondig te reinigen.
T
Tandgevoeligheid
Tandgevoeligheid is een kortstondige pijn die ontstaat bij het nuttigen van koud of warm voedsel, het drinken van koude of warme dranken, of het inademen van koude lucht, en treedt vaak op wanneer het tandvlees zich heeft teruggetrokken.

Tandkapje
Een ander woord voor kroon.

Tandvleesaandoening
De verzameling waarneembare tekenen en symptomen van diverse aandoeningen van de gingiva (tandvlees).

Tandvlekken
Niet alle vlekken worden veroorzaakt door voedsel of tabak. Sommige vlekken ontstaan binnen in de tand en worden veroorzaakt door tandtrauma, geneesmiddelen die tetracycline bevatten en worden ingenomen tijdens de actieve tandvorming op jongere leeftijd, of overmatige inname van fluoride tijdens de ontwikkeling van een tandkroon (fluorose).

Temporomandibulair Gewrichtssyndroom (TMG)
De problemen die verband houden met TMG gaan gewoonlijk gepaard met pijn of ongemak in de gewrichten en ligamenten waarmee de onderkaak aan de schedel is bevestigd of in de spieren die worden gebruikt bij het kauwen.
V
Veneer (schildje)
Een kunstmatig vulmateriaal, gewoonlijk van kunststof, composiet of porselein, dat wordt gebruikt om het zichtbare oppervlak van een tand of kies op een esthetisch verantwoorde manier af te dekken. Wordt meestal toegepast bij de voortanden.

Verstandskiezen
De derde kiezen, ook wel wijsheidstanden of -kiezen genoemd, die gewoonlijk doorbreken tussen het 15e en 25e levensjaar.

Vulling
Het vullen van een gaatje, maar ook het materiaal dat wordt gebruikt om een gaatje te vullen of een deel van een tand te vervangen.
W
Wortelkanaal
Het holle gedeelte van de tandwortel. Dit kanaal loopt van de punt van de wortel naar de pulpakamer.

Wortelkanaalbehandeling
Een ingreep waarbij aandoeningen of ontstekingen van de pulpa of het wortelkanaal worden behandeld. De pulpa en de wortelzenuw(en) worden hierbij verwijderd en het wortelkanaal wordt permanent verzegeld door het met een geschikt materiaal te vullen.
X
Xerostomie
Xerostomie, ook droge mond geheten, wordt gekenmerkt door een abnormale droogheid van de mond die het gevolg is van een verminderde afscheiding van speeksel. Mogelijke oorzaken zijn onder meer rheumatoïde arthritis, diabetes, nierfalen, kankerbehandeling of medicijngebruik.
Z
Zwangerschap en gebitsverzorging
Tijdens de zwangerschap kan een aantal gebitsaandoeningen verergeren. Zo komen zwangerschapstumoren, bloedingen, gezwollen tandvlees en ernstige gingivitis vaak (tijdelijk) voor als complicatie van de zwangerschap. Deze complicaties treden meestal op in het tweede trimester, als gevolg van een toegenomen hormoonspiegel. Daardoor kan plaque gemakkelijker ontstaan en kunnen tandvleesontstekingen verergeren. Tijdens de zwangerschap is een goede gebitsverzorging dan ook van groot belang.